Georganiseerd door de teams van Rijks ICT Gilde en Innoveren met Impact namen we met meer dan vijftig innovatieprofessionals deel aan The Next Web op 19 en 20 juni. Twee dagen lang dompelden we ons onder in de nieuwste technologieën, toekomstverhalen en startupdromen. We stonden midden tussen de AI-pioniers, robotbouwers, zorgvernieuwers en duurzaamheidsondernemers. En toch bleef de grootste vraag achteraf verrassend aards: hoe werk je effectief samen aan vernieuwing, zeker als je tempo, taal en belangen zo verschillen?

Wat mij het meest trof, is hoe zichtbaar de worsteling is – aan beide kanten. Overheden zoeken hoe ze wendbaarder en innovatiever kunnen worden zonder hun publieke waarden te verliezen. Startups zoeken hoe ze überhaupt binnenkomen bij de overheid, laat staan samenwerken op schaal. En daar, precies daar, zit een gemiste kans. Want de maatschappelijke opgaven waar we als overheid voor staan – klimaat, gezondheid, digitale veiligheid – vragen om die samenwerking. Niet als nice-to-have maar als noodzakelijke voorwaarde.

Een van de mooiste inzichten kwam uit een sessie over human-centered AI. James Landay stelde scherp: technologie moet niet alleen goed zijn voor de gebruiker, maar ook voor de gemeenschap én de maatschappij. Een zelfrijdende auto die prettig rijdt is mooi, maar als hij files veroorzaakt of onduidelijk is voor voetgangers, slaan we de plank mis. Zijn pleidooi: kijk verder dan de technologie zelf en vraag je op een diepgaande wijze af welk probleem je eigenlijk probeert op te lossen.

AI gaat niet de medewerker vervangen, AI gaat wel de medewerker die niet met AI werkt vervangen.

Zijn quote benadrukt een ongemakkelijke waarheid, zeker binnen de overheid waar we gewend zijn aan langdurige implementatie- en leercycli. Maar de boodschap is helder: wie als organisatie innovatie serieus neemt, moet diezelfde scherpte en urgentie opbrengen voor adoptie en adaptatie. Technologie alléén is niet genoeg: het moet landen in mensen, processen en structuren. Het is al eindeloos gezegd en herhaald, maar nog steeds nodig te delen.

Een ander voorbeeld dat me bijbleef, was de zogenoemde pilot paradox, die in een sessie met Rijkswaterstaat aan bod kwam. Wat een pilot laat slagen – kleine scope, uitzonderingsregels, enthousiaste trekkers – maakt opschaling juist lastig. Pas toen er vooraf afspraken werden gemaakt over data, governance en rollen, lukte het om de innovatie écht door te zetten. In termen van de handreiking ‘Innoveren met Impact’ gaat het hier om het expliciet maken van je systeemgrenzen én je veranderaanpak: schaalbaarheid vraagt om ontwerp, niet om hoop.

Ook het spanningsveld tussen regelgeving en innovatie werd treffend neergezet. Ja, regelgeving kan vertragend werken, maar geen regels is pas écht onveilig.

O’Neill, voormalig CTO in Silicon Valley, verwoordde het krachtig: zou jij in een vliegtuig stappen dat alleen de bouwer veilig noemt?

Vertrouwen ontstaat pas als de spelregels helder zijn. En daarin heeft de overheid een unieke kans en verantwoordelijkheid: we kunnen het speelveld vormen waarin innovatie wel werkt, mits we zelf ook leren, experimenteren en openstaan voor nieuwe partnerschappen. En dus soms de eigen spelregels tegen het licht houden.

Wat TNW 2025 vooral liet zien, is dat innoveren niet om tools draait, maar om relaties. Om durven verbinden met partijen die sneller, anders en soms ongemakkelijk opereren. Maar ook om stevig blijven staan in je publieke opdracht. De vraag is niet óf we samenwerken met startups, met AI, met nieuwe werkvormen. De vraag is hoe we zorgen we dat die samenwerking ook daadwerkelijk maatschappelijke waarde oplevert.

Reflectievragen:

1. In hoeverre ontwerp jij je innovatieprojecten al vanaf de start met opschaling in gedachten?

2. Waar in jouw organisatie wordt AI nu al slim ingezet – en waar nog helemaal niet?

3. Hoe goed ben jij op de hoogte van mogelijkheden tot inkoop van technologische innovatie en/of partnerschap?

4. Met welke externe partners zou jouw team eigenlijk morgen al moeten samenwerken?

5. Wat heb jij nodig om niet alleen technologie te volgen, maar er ook richting aan te geven?

Wil je hierover verder praten of samen reflecteren? Reacties zijn welkom! Want als we TNW serieus nemen, dan stopt het niet bij inspiratie – dan begint het werk na bezoek pas echt.