Blog Diederik van Leeuwen RIConline apr 2025

In de publieke sector draait succes om het creëren van publieke waarde, het realiseren van beleidsdoelen en het versterken van maatschappelijke impact. Juist daarom is het meten van succes binnen overheidsinnovaties complex, maar des te belangrijker. Een gestructureerde inzet van innovation metrics – meetindicatoren voor innovatie – helpt bij het sturen op resultaat, leren van experimenten en verantwoorden van keuzes.

Om innovatie-inspanningen goed te beoordelen, is het essentieel onderscheid te maken tussen drie niveaus van indicatoren:

  1. Input-indicatoren zeggen iets over wat er in een innovatieproject wordt geïnvesteerd. Denk aan het aantal betrokken medewerkers, partnerschappen met kennisinstellingen of het beschikbaar gestelde budget. Binnen de overheid gaat het ook om bestuurlijke draagkracht, samenwerking tussen departementen en de beschikbaarheid van specifieke expertise;
  2. Output-indicatoren richten zich op de concrete resultaten van de innovatie: is de oplossing geïmplementeerd? Hoeveel burgers maken er gebruik van? Zijn processen versneld of vereenvoudigd? Ook klanttevredenheid, adoptiegraad en beleidsdoelrealisatie vallen hieronder. Bijvoorbeeld: hoeveel gebruikers, gedaalde doorlooptijd afhandeling vragen, aantal opgeleverde functionaliteiten in afgelopen 4 sprints, etc;
  3. Outcome-indicatoren zijn misschien wel het lastigst meetbaar, maar het meest bepalend. Ze gaan over het effect op langere termijn: draagt de innovatie bij aan maatschappelijke doelen zoals inclusie, vertrouwen in de overheid of duurzaamheid? Worden beleidsdoelen sneller of effectiever behaald?

KPI's als kompas

Door gerichte Key Performance Indicators (KPI's) per fase van het innovatieproces te formuleren, ontstaat er focus en gezamenlijkheid. Dit begint al in de voorbereidende fase: Wat zou succes zijn?, Welke data kunnen we verzamelen? Door hier vanaf het begin serieus aandacht aan te besteden, voorkom je dat er tussentijds of - erger nog - achteraf onduidelijkheid ontstaat over de opbrengsten van een project.

Belangrijk hierbij is dat KPI's niet alleen kwantitatief hoeven te zijn. Juist kwalitatieve inzichten (zoals ervaringen van gebruikers of interne leerpunten) zijn cruciaal bij het verbeteren van beleid en dienstverlening. Tools zoals de Innovatie-toolkit van Innoveren met Impact bieden hier praktische ondersteuning bij.

Meer dan meten: leren en verbeteren

Innovation metrics zijn niet alleen geschikt op projectniveau, maar ook voor evaluaties op systeem- of portefeuilleniveau. Hoeveel van de innovatieve ideeën binnen de organisatie worden daadwerkelijk doorgezet? Welke projecten zijn schaalbaar? Welke samenwerking is effectief gebleken? Door deze inzichten te structureren ontstaat ruimte voor continue verbetering van het innovatiemanagementsysteem zelf.

En ja – benchmarking met andere overheden kan inspireren, maar let op: blind vergelijken met externe ijkpunten is riskant. Elke organisatie en elk beleidsveld kent eigen context, dynamiek en uitdagingen. Vergelijk daarom vooral jezelf met eerdere momenten en probeer daar interessante delta’s in te ontdekken.

Tot slot

Het meten van succes bij overheidsinnovatie vraagt om meer dan alleen dashboards. Het vereist een gedeeld begrip van wat ‘waarde’ betekent in publieke context, het lef om ook ‘mislukking’ te analyseren en het vermogen om daaruit te leren. Met duidelijke metrics ontstaat niet alleen stuurinformatie, maar ook een cultuur van reflectie en vernieuwing. Precies waar innovatiemanagement in de publieke sector over zou moeten gaan.