Blog Diederik van Leeuwen RIConline apr 2025
Hoe succesvol een innovatieproject kan zijn, hangt sterk af van de volwassenheid van een organisatie op het gebied van innovatiemanagement. Deze zogenoemde maturity geeft inzicht in hoe goed een organisatie in staat is om innovaties te laten landen én tot resultaat te brengen.
Binnen het door Rijksorganisatie ODI gehanteerde model onderscheiden we vijf niveaus, elk met een gemiddelde doorlooptijd om naar het volgende niveau te groeien:
Level 1 – Oriëntatie (3-9 maanden)
De organisatie staat aan het begin van innovatiemanagement. Innovaties zijn er niet of nauwelijks of worden ad hoc aangevlogen en missen samenhang met de strategie.
Level 2 – Eerste structuren (6-12 maanden)
Er ontstaat overtuiging voor een meer gestructureerde aanpak. De eerste bouwstenen van innovatiemanagement worden geïmplementeerd.
Level 3 – Cultuurverandering (12-36 maanden)
Innovatie wordt effectiever. Werkprocessen en organisatiecultuur beginnen te passen bij innovatief werken. Acceptatie groeit.
Level 4 – Schaalvergroting (24-48 maanden of meer)
De organisatie is innovatief volwassen. Innovaties krijgen meer slagkracht, met merkbare impact op grotere schaal.
Level 5 – Continu innoveren
Innovatie is ingebed in het DNA. Nieuwe ideeën landen structureel succesvol en er is ruimte voor radicale vernieuwing.
Elke stap vraagt tijd en inspanning – en bovenal: consistentie. Door helder te bepalen waar jouw organisatie nu staat, kun je gericht bouwen aan het volgende niveau van innovatiekracht.
De mate van volwassenheid zegt iets over het fundament waarop innovaties moeten landen. Het maakt uit of een organisatie werkt vanuit een duidelijke visie en strategie, of vooral project-voor-project innoveert. En dan steeds tegen dezelfde blokkades aanloopt om tot succesvolle implementatie te komen. Naarmate een organisatie groeit in volwassenheid, neemt de kans toe dat innovaties daadwerkelijk effect hebben én structureel ingebed raken.
De vijf niveaus van volwassenheid bieden houvast om de huidige positie van je organisatie te bepalen én om realistische stappen vooruit te zetten. Die stappen kun je zelf uitwerken en definiëren in een zogeheten doelstellingenmatrix. Ik ga daar in een later blog dieper op in. De doorlooptijden per niveau zijn gebaseerd op praktijkervaringen en sluiten aan bij principes uit de Lean-methodiek die gericht is op maximale waardecreatie met minimale verspilling.
De meeste organisaties waar we vanuit Innoveren met Impact in de opleiding of bij opdrachten mee samenwerken bevinden zich ergens op of rondom niveau 2. De eerste stappen zijn gezet om innoveren als serieuze activiteit in de organisatie in te bedden, maar de resultaten vallen tegen. Exploreren en experimenteren lukt prima, de fase daarna om de gewenste en geteste oplossing te implementeren slaagt veelal niet. De nieuwe oplossing wordt gezien als extra werk binnen een toch al overvolle agenda. En om het oude te vervangen door het nieuwe gaat nog vaak een stap te ver. Om de hardnekkige barrières die je hierbij tegenkomt te slechten bestaat geen toverformule. Maar er zijn wel een aantal inzichten te gebruiken en te ondernemen stappen te formuleren. Daar kan het toepassen van – onderdelen uit – het innovatiematuritymodel van Rijksorganisatie ODI bij helpen. In mijn volgende blog zal ik een eerste tool uit die set hulpmiddelen toelichten: de innovatie maturity scan.
Maar voor jezelf kun je ook al makkelijk een quick scan uitvoeren om te bepalen of er nog stappen gezet moeten worden. Denk aan vragen als:
Strategie & Visie
– Hebben we een duidelijke visie op innovatie die aansluit bij onze organisatiedoelen?
– Wordt innovatie structureel meegenomen in beleidsvorming en besluitvorming?
Proces & Structuur
– Is er een vast proces of systeem voor het initiëren, testen en opschalen van innovaties?
– Zijn rollen en verantwoordelijkheden rondom innovatie helder belegd?
Cultuur & Gedrag
– Is er binnen de organisatie ruimte om te experimenteren en te leren van fouten?
– Worden innovatieve ideeën actief opgehaald, gedeeld en gewaardeerd?
Impact & Resultaten
– Leveren onze innovaties aantoonbaar waarde op voor de organisatie of de samenleving?
– Worden de resultaten van innovaties gemonitord en benut voor verdere ontwikkeling?
Continuïteit
– Weten we innovaties duurzaam te borgen, zodat ze niet afhangen van individuen of incidentele energie?
Als je op alle vragen ‘ja’ kunt beantwoorden is je organisatie een koploper en hoor ik graag hoe dit wordt bestuurd. Als je op alle vragen 'nee' moet zeggen hoor ik het ook graag, want dan kunnen we je vast en zeker verder helpen.
Wordt vervolgd!