Wie in een overheidsorganisatie werkt, weet hoe vaak besluitvorming stokt. Dossiers schuiven van overleg naar overleg, rapporten worden dikker, maar de frisse doorbraak blijft uit. Dat is geen onwil, maar een gevolg van hoe ons brein en onze organisaties zijn ingericht. We zoeken vanzelf bekende oplossingen. Veilig, vertrouwd en efficiënt. Precies daar wringt het: vernieuwing vraagt dat we bewust loskomen van die patronen. Creativiteit is de motor die dit mogelijk maakt.

Onderzoek laat zien dat creatief denken helpt om situaties opnieuw te framen, onverwachte verbanden te leggen en meerdere oplossingsrichtingen tegelijk te verkennen. Dat zogenaamde divergent denken is cruciaal om patronen open te breken. Neurowetenschappers wijzen erop dat dit geen vrijblijvend ‘vrij denken’ is, maar een subtiel samenspel tussen spontane gedachtevorming en gerichte aandacht. Dat vraagt oefening en structuur. Vandaar dat methoden als design thinking of creative problem solving steeds vaker hun weg vinden naar de overheid. De rode draad hierbij is het centraal stellen van de mens, het breed verkennen van het vraagstuk, het stimuleren van ideeënrijkdom en het iteratief toetsen en verbeteren. Het gedachtengoed gaat uit van een open, nieuwsgierige houding, samenwerking en de overtuiging dat complexe uitdagingen het best worden aangepakt door te experimenteren, leren en bijstellen in kleine stappen.

De koppeling met technologie en AI

Nieuw is dat creativiteit niet meer alleen een menselijke aangelegenheid is. AI-systemen kunnen ideeën aandragen, scenario’s genereren of patronen ontdekken die wij over het hoofd zien. Maar hier schuilt een misverstand: AI is niet zelf creatief. Het is zo creatief als de vragen die wij stellen. Daar komt de rol van de professional in beeld: je hebt menselijke verbeeldingskracht nodig om goede vragen te formuleren en om te beoordelen welke ideeën kansrijk en passend zijn binnen de publieke context.

Wetenschappers benadrukken dat technologische innovatie zonder menselijke duiding weinig waarde toevoegt. Binnen de overheid draait het immers niet alleen om effectiviteit, maar ook om waarden als legitimiteit, transparantie en maatschappelijke rechtvaardigheid. Daarom blijft creativiteit een kerncompetentie van de professional zelf. En daar komt de competentie van AI-vaardigheid nu dus bij.

Van patroon naar perspectief

Hoe maak je dit concreet? In mijn werk met teams hanteer ik vaak drie stappen: herkennen, openbreken en opnieuw inrichten.

Stap 1 – Herken het patroon
Elke organisatie zit vol routines die ooit nuttig waren, maar onnodig zijn geworden. Het begint met het spotten van patronen en (vaak) kleine details: benoemen hoe we dingen altijd doen, verhalen ophalen over waarom het zo is gegroeid en de blik van buiten toelaten. Vaak schrikken teams ervan hoe vanzelfsprekend hun manier van werken en smal hun eigen oplossingsruimte is geworden.

Stap 2 – Breek het open
Zodra patronen zichtbaar zijn, is de kunst om ze bewust te verstoren. Niet om direct een oplossing te vinden, maar om alternatieven te verkennen. Wat gebeurt er als we het tegenovergestelde doen? Welke metafoor opent een nieuw perspectief? Of: welke onlogische vraag durven we wel te stellen? Stel jezelf eens op als advocaat van de duivel, auditor of kritische journalist. AI-tools kunnen hier een rol spelen door onverwachte frames of scenario’s te genereren. Maar altijd als aanvulling, niet als vervanging.

Stap 3 – Richt het opnieuw in
Creativiteit wordt pas waardevol als het convergent wordt: kiezen, combineren, testen. Technologische pilots zijn vaak impactvol en meeslepend. Kostbaar ook. Sociale innovatie waar het bij stimuleren van creativiteit om gaat, doe je bij voorkeur met collega’s en eigen middelen. Dan kunnen kleine experimenten juist goed werken in onze overheidscontext. Probeer een pilot, voer een ander gesprek, of ontwerp een nieuw werkproces op kleine schaal. Het gaat erom dat ideeën niet in de ladenkast verdwijnen, maar tot zichtbare beweging leiden.

Cultuur en lef

Creatief werken vraagt een cultuur waarin professionals ruimte hebben voor verwondering, voor experiment en voor het loslaten van het vertrouwde. Dat is spannend in organisaties die zijn ingericht op voorspelbaarheid en controle. Toch is dit precies waar vernieuwing begint: door de paradox te omarmen van creativiteit met structuur. Zonder creativiteit is er herhaling. Zonder structuur is er chaos. Pas in de combinatie ontstaat echte innovatiekracht.

Reflectievragen

  1. Welke patronen in mijn eigen team of organisatie zijn zo vanzelfsprekend dat we ze niet meer zien?
  2. Wanneer hebben we voor het laatst bewust een omkering of onlogische vraag ingezet om nieuw perspectief te vinden?
  3. Hoe benutten we AI niet als vervanger van creativiteit, maar als versterker ervan?
  4. Welke kleine experimenten kunnen we morgen starten om creatieve ideeën om te zetten in tastbare actie?
  5. Hoe creëren we een cultuur waarin verwondering en structuur hand in hand gaan?

Reageren kan op RIConline