Hoe beweeg je als toezichthouder mee in de tijd, gebruik makend van nieuwe inzichten en mogelijkheden, zónder je wettelijke rol te verliezen? Gerard Bakker, Inspecteur- generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)  en RIC ambassadeur deelt zijn visie.

Wat wil de NVWA meegeven aan de anderen binnen de Rijks Innovatie Community?

‘Ten eerste: vernieuwing in alle facetten moet een doel hebben, het is geen doel op zichzelf. Vernieuwing is een normale beweging in een moderne overheidsorganisatie die midden in de maatschappij staat en adequaat inspeelt op wat belangrijk is én wat mogelijk is. In ons geval: het vernieuwen van toezicht (onze core business), van manieren om bedrijven en consumenten te bewegen om beter na te leven, het vernieuwen van onze werkwijzen, van ons gedrag, het slim gebruiken van technologische hulpmiddelen.
De NVWA wil een toezichthouder zijn van deze tijd, geworteld in kennis en ervaring. Flexibel, wendbaar en adaptief, die door anderen gezien wordt als autoriteit. Onze Visie op toezicht gaat hierover en geeft richting en ademt een en al vernieuwing, in kijken, denken en doen.


Een mooi voorbeeld daarvan: plaagdierenproblematiek in de horeca. Natuurlijk inspecteren we in risicosituaties die wij zelf kennen, bijvoorbeeld doordat we die met naleefmetingen op het spoor komen, of waar consumenten melding van maken. Die risicogerichte inspecties leiden soms tot spoedsluitingen. Die betekenen een acuut einde van een gevaarlijke situatie. Wat we daarin onlangs nieuw hebben gedaan, is dat we een filmpje van een horecabezoeker op TikTok over plaagdierenoverlast in een horecatent hebben opgepakt en direct ter plekke zijn gaan kijken en het bedrijf hebben stilgelegd. Dit is allemaal aan het einde van de pijplijn, als het leed al is geschied. Wat we willen, is dat bedrijven beter naleven, zelf de goede maatregelen nemen. Dus benaderen wij startende bedrijven gericht, staan we nu al enkele jaren op de horecavakbeurs Horecava om horecaprofessionals voor te lichten en zijn we samen met andere stakeholders bezig met voorlichting in steden met een hoog risico van plaagdieren.
 

Dat bovenstaande kun je samenvatten in ‘vernieuwen als routine’, zoals een van onze mensen dat zegt. Dat is echt de essentie, maar het vraagt iets van onze cultuur, van ons leiderschap, van onze missie.


Heel specifiek voor de NVWA: enerzijds zijn wij sterk gericht op compliance door bedrijven, dat verwacht de maatschappij ook van ons. Juridisch moet het ook kloppen.
Vernieuwing kan daarmee schuren, ook gevoelsmatig. Want als betere naleving door bedrijven leidend is voor ons alles dat we doen, dan geeft dat heel veel richting en ruimte voor vernieuwing, maar roept dat ook vraagstukken op. Want gaan we partnerships aan met bedrijven, terwijl die ook onder toezicht staan?
Het vraagt iets van ons leiderschap om daarmee om te gaan, om met mensen een cultuur te creëren van vernieuwing en compliance, van rolvastheid en flexibiliteit. Vernieuwing als routine betekent dat mensen vernieuwing willen, dat ze het kunnen, dat ze daarin gestimuleerd en gefaciliteerd worden en dat ze de nieuwe werkwijze blijven toepassen en steeds verder verbeteren. Vernieuwen als routine betekent dus heel veel aandacht voor mensen en gedrag, voor vertrouwen en richting geven, intern en extern.


Een mooi voorbeeld hiervan: Nederland is wereldwijd de grootste leverancier van groentezaden. De zaden moeten gegarandeerd vrij zijn van ziekten. Samen met partners heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een eigentijdse erkenningsregeling opgezet: ‘Laboratoria Erkend voor Export Zaaizaden (LEEZ)’. De NVWA garandeert de gezondheid van het groentezaad, op basis van testen door laboratoria van de groentezaadleveranciers, die door Naktuinbouw geautoriseerd zijn. Groenteveredelingsbedrijf Rijk Zwaan nam de eerste definitieve erkenning in ontvangst. Nederlandse leveranciers van groentezaden hebben samen meer dan de helft van de wereldhandel in groentezaden in handen. Ze moeten voldoen aan de wettelijke eisen voor plantgezondheid van de ontvangende landen, naast de kwaliteitseisen van afnemers en die leveranciers zichzelf opleggen. Dat gaat om immense volumes. De NVWA is eindverantwoordelijk voor toezicht op de plantgezondheid, waaronder de afgifte van fytosanitaire certificaten die aangeven dat de groentezaden vrij zijn van ziektes die het ontvangende land benoemt in de eigen eisen. Dat vraagt veel en flexibele laboratoriumcapaciteit. De veredelingsbedrijven van groentezaden hebben deze capaciteit beschikbaar, bijvoorbeeld omdat ze hun labs nodig hebben vanwege hun eigen kwaliteitseisen en die van afnemers. De nieuwe erkenningsregeling voor het gebruik van bedrijfseigen toetsgegevens voor de exportcertificering voor plantgezondheid (Laboratoria Erkend voor Export Zaaizaden) sluit daar naadloos op aan.
 

‘Ten derde: per definitie zijn onze innovatie-inspanningen dus niet alleen gericht op de NVWA. We doen het voor de maatschappij. Wij helpen andere overheidsorganisaties met innoveren en wij hebben hun hulp ook nodig. Er is maar één overheid en hoe goed of groot we ook denken te zijn; niemand kan het alleen. Ook de NVWA niet. Dit richt je innovatie en maakt mogelijk dat je organisatie breed kan verbinden.

Tenslotte: "Begin met het eindresultaat van de beoogde vernieuwing voor ogen, dat is nadrukkelijk extern gericht; wat wil je bereiken? Probeer ook te leren van elkaars fouten; wees daar ook transparant over."
 

Wat heeft de NVWA te bieden aan anderen binnen de Rijks Innovatie Community?

‘Energie, kennis, ervaring, creativiteit, collegialiteit, lef, ondernemerschap, een sterke visie en overtuiging plus enorm veel plezier in waar we mee bezig zijn.
Wij hebben ook blauwe plekken, leer ook van onze fouten. Hoe kan dat anderen helpen? Plezier erin krijgen om de goede dingen te doen voor elkaar en met elkaar.
We werken overtuigd en zonder terughoudendheid met andere overheden die met ons willen en kunnen samenwerken. Denk aan RVO, Douane, I&W, ILT, CBS, NLSA, alle toezichthouders, diverse ministeries, kennisinstellingen. Veel in Nederland, maar zeker ook daarbuiten.
We zijn een sterke organisatie, veelzijdig ook. Innovatie en ons grote netwerk zijn helpend.’
 

Wat heeft de NVWA nodig van anderen binnen de Rijks Innovatie Community? Waarom, wat kunnen jullie daar dan mee bereiken?

‘Wat we nodig hebben; samenwerking in de vorm van integraliteit, lef en ondernemerschap. De maatschappij ziet ons als één overheid terwijl wij onszelf zien als bijzonder deel van de overheid.
Onze effectiviteit en efficiency worden alleen maar groter als we integraal verbeteren, dus met andere partijen waarmee wij samenwerken, waar bedrijven en burgers ook mee van doen hebben. Uiteindelijk hebben we als overheidsorganisaties elkaar nodig, moeten we binnen de overheid elkaar ook iets durven te gunnen.
Wat we ermee kunnen bereiken: een volwassen overheid die het vertrouwen van de maatschappij verdient en krijgt. Iets wat normaal hoort te zijn. Dialoog durven voeren over het waarom van ons handelen en niet over hoe we het georganiseerd hebben; deze dialoog verleidt ons om te praten hoe het mogelijk beter passend bij samenleving kan worden ingericht. Kennisdeling en samenwerking zijn nodig om ervoor te zorgen dat we de middelen die de samenleving ons toevertrouwt, zo slim mogelijk inzetten en beter laten renderen ten bate van diezelfde samenleving.’