Innovatie bij UWV heeft de afgelopen jaren al een mooie ontwikkeling doorgemaakt. Waar het begon met 19 losse innovatieclubs, is er nu steeds meer samenhang ontstaan in één gezamenlijke aanpak, met de Innovatie hub als centrale plek, een innovatiefunnel en de Innovation Board als belangrijk stuurinstrument. Zo is innovatie niet langer iets dat overal een beetje gebeurt, maar juist een gezamenlijke beweging binnen de organisatie.
In gesprek met RIC ambassadeur René Steenvoorden, Raad van Bestuur, vragen we hoe UWV blijft vernieuwen, nu de urgentie toeneemt en de maatschappelijke opgave groter wordt?

Innovatie bij UWV: “Sneller leren, slimmer samenwerken”
Innovatie bij UWV draait volgens René Steenvoorden niet om losse ideeën of alleen technologische vernieuwing, maar om durven kiezen, snel leren en bestuurlijk lef tonen. Als lid van de Raad van Bestuur ziet hij dagelijks hoe belangrijk het is om zorgvuldigheid en snelheid met elkaar te combineren. In een organisatie met grote maatschappelijke impact en complexe regelgeving ziet hij innovatie als noodzakelijk om de dienstverlening toekomstbestendig te houden.
Van bedrijfsleven naar publieke dienstverlening
Na jaren in het bedrijfsleven maakte Steenvoorden tweeënhalf jaar geleden de stap naar UWV. Hij werkte eerder bij onder meer Rabobank en Randstad. Daar ontdekte hij hoe strategie, business en IT elkaar kunnen versterken. Juist op dat snijvlak ligt volgens hem de kracht van vernieuwing. “Wat mij fascineert is waar strategie, business en IT elkaar raken. Innovatie zit vaak dicht tegen IT aan. Het gaat mij niet om de techniek, maar om wat technologie mogelijk maakt voor een organisatie.”
Volgens hem lijken overheid en bedrijfsleven meer op elkaar dan vaak wordt gedacht: beide werken met duidelijke doelen en grote uitvoeringsprocessen. Toch is er één belangrijk verschil: de maatschappelijke opdracht is bij UWV veel directer voelbaar. Medewerkers werken hier vanuit een sterke maatschappelijke overtuiging. Dat maakt de organisatie bijzonder. Tegelijk vraagt het werken met grote groepen cliënten en gevoelige informatie om extra zorgvuldigheid.
Die zorgvuldigheid hoeft volgens hem niet ten koste gaan van vernieuwing. “We moeten laten zien dat je ook binnen de overheid snel en innovatief kunt werken.”
Innovatie is geen luxe, maar noodzaak
Voor UWV is innovatie volgens Steenvoorden geen keuze maar noodzaak, die alleen maar toeneemt. “De wereld verandert continu, dus wij moeten mee”. Vergrijzing, economische onzekerheid, AI en veranderende wetgeving zorgen ervoor dat de druk op UWV verder groeit. Dat betekent meer vragen van cliënten en werkgevers, meer complexiteit in de uitvoering en meer behoefte aan wendbaarheid. “Onze rol op de arbeidsmarkt wordt belangrijker,” zegt hij. “We zien nu al dat meer mensen een beroep op ons doen, en dat zal de komende jaren alleen maar toenemen. Dan moet je daar klaar voor zijn.”
Daarom is innovatie volgens hem iets dat je op tijd moet doen. Niet pas als de druk te hoog wordt, maar juist eerder, als er nog ruimte is om te leren en te oefenen. Hij noemt wallets als voorbeeld van een ontwikkeling die burgers meer regie kan geven over hun eigen gegevens. “Dat is een interessante en noodzakelijke richting. Maar dan moet je nu al beginnen met experimenteren.”
Zorgvuldig vernieuwen kan wel
Een van zijn belangrijkste boodschappen is dat snelheid en zorgvuldigheid elkaar niet hoeven uit te sluiten. Integendeel: juist in de overheid moet je volgens hem leren om die twee samen te brengen. “Je kunt snel zijn én zorgvuldig,” zegt hij. “Dat vraagt wel dat je risico’s goed benoemt en bestuurlijk durft af te wegen.” Steenvoorden is daar duidelijk over: risico’s horen bij innoveren, het draait niet om techniek, maar om keuzes maken onder onzekerheid. Of zoals hij het samenvat: durven beginnen, snel leren, stoppen wat niet werkt — en samenwerken waar het kan, zodat de overheid als geheel beter wordt.
“Risicomanagement is bestuurlijke verantwoordelijkheid nemen,” zegt hij. “Er is geen bestuurlijke verantwoordelijkheid zonder risico’s.”
Binnen UWV betekent dat dat risico’s expliciet worden gemaakt, gemonitord en besproken. Niet één keer per jaar, maar als vast onderdeel van het werk. Alleen dan voorkom je volgens hem dat innovatie vastloopt in regels en procedures.
“Gebrek aan ideeën is er nooit,”
Innovatie mag volgens hem geen hobby zijn van een kleine groep enthousiastelingen. Het moet professioneel worden gestuurd, met duidelijke keuzes en betrokken stakeholders. Bij innovatie gaat het om veel zaaien en kijken wat er bloeit — en wat niet werkt, moet je durven afkappen. “Gebrek aan ideeën is er nooit,” zegt hij. “De kunst is om scherp te kiezen: wat gaan we echt verder brengen, en wat niet?”
UWV werkt daarom met een innovatiefunnel in vier stappen: duiden, experimenteren, piloten en adopteren. In de eerste fase is veel ruimte voor verkenning. Maar hoe verder een idee komt, hoe zwaarder de eisen worden.
“Als je niet minimaal 75 procent van je innovaties stopt, ben je niet echt aan het innoveren,” zegt hij. “Dan ben je vooral langzaam aan het veranderen.”
Dat klinkt streng, maar volgens hem is het nodig. Tegelijk moet je de ideeën die wél potentie hebben juist extra steunen en zichtbaar maken, anders durven mensen geen nieuwe initiatieven meer te starten. De kern: begin klein, leer snel, werk samen waar het kan—maar voorkom dat je blijft hangen in eindeloze pilots zonder echte doorbraak. “Innovatie vraagt ook om de moed om te zeggen: dit wordt het niet”.
Minder papier, meer tijd voor mensen
Steenvoorden is trots op de stappen die UWV al heeft gezet. Zo is er een nieuw WIA-formulier ingevoerd dat een papieren proces vervangt. Ook is de berekening van het dagloon vereenvoudigd en gecentraliseerd. “Dat soort verbeteringen lijken misschien technisch of klein,” zegt hij. “Maar voor de uitvoering maken ze echt verschil.”
UWV zet ook voorzichtig stappen met AI-toepassingen. Een voorbeeld is een kennisassistent die complexe wet- en regelgeving begrijpelijk maakt voor medewerkers. Het is geen AI die beslissingen neemt, maar die helpt om informatie toegankelijk te maken. Daar worden mensen direct mee geholpen. Als voorbeeld noemt hij ook de zorgsector, waar AI wordt ingezet om gesprekken automatisch vast te leggen en samen te vatten, inclusief uitleg voor patiënten. UWV kijkt op basis van de geleerde lessen in de zorgsector ook naar automatische samenvattingen van gesprekken. Maar altijd met nadruk op zorgvuldigheid, privacy en vertrouwen want de gesprekken zijn natuurlijk zeer gevoelig.
Meer samenwerken in de keten
Naast technologische vernieuwing ziet Steenvoorden veel winst in samenwerking tussen overheidsorganisaties. Innovatie moet volgens hem niet binnen één organisatie blijven hangen, maar juist worden gedeeld en gespiegeld. Voor burgers zou het volgens hem niet moeten uitmaken of zij contact hebben met UWV, gemeente of Belastingdienst. “De overheid moet meer als één geheel functioneren,” vindt hij. “We doen soms nog te vaak allemaal ons eigen ding, terwijl veel problemen eigenlijk hetzelfde zijn. Anders dan in de commerciële wereld, kunnen overheden alles met elkaar delen. Dat is echt prachtig als we er gebruik van maken”
Hij ziet dat de bereidheid om samen te werken groeit. Toch blijft ketenbrede innovatie ingewikkeld door verschillende regels, belangen, privacyvraagstukken en risico-aversie. “Daar moet je niet naïef in zijn,” zegt hij. “Maar je moet het wel blijven proberen.”
Wat hij over twee jaar wil zien
Als hij vooruitkijkt, hoopt Steenvoorden op een UWV dat minder tijd kwijt is aan administratie en meer aan mensen. “Ik hoop dat medewerkers dan veel meer ruimte hebben voor cliënten en werkgevers,” zegt hij. “En dat we sneller kunnen inspelen op nieuwe wetgeving en veranderende verwachtingen.”
Daarvoor is volgens hem een wendbare organisatie nodig die slimmer werkt, beter leert en sneller keuzes durft te maken.
Hoe RIC hier aan kan bijdragen?
Aan anderen vraagt hij vooral om mee te denken, te spiegelen en eerlijk te zijn. UWV wil volgens hem niet telkens het wiel opnieuw uitvinden, maar juist leren van wat er al is. Want innovaties, groot én klein, zijn de sleutel tot betere dienstverlening, efficiëntere processen en sterke samenwerking. “Wijs ons vooral op ideeën, voorbeelden en partners die ons verder kunnen helpen. Maak het zichtbaar!”
Daar ligt ook de kracht van de RIC: zichtbaar maken wat er al gebeurt binnen de overheid en het verbinden van mensen, ideeën en initiatieven. Zo is er de INNOvitrine, die innovaties een podium geeft. Binnen de overheid gebeurt al ontzettend veel, maar lang niet alles is zichtbaar — en juist daar ligt de kans om van elkaar te leren. De succesvolle (systeem)innovaties in de vitrine laten zien dat goed risicomanagement én echte commitment — zowel ambtelijk als politiek — nodig zijn om er samen een succes van te maken.
Zijn slotboodschap is helder:
“Mijn droom is dat 23000 medewerkers veel meer tijd kunnen besteden aan het echte gesprek met cliënten en werkgevers, en veel minder aan formulieren, controles en herstelwerk. Dáár zit voor mij de echte winst van innovatie.”