Nieuwe blog van Diederik van Leeuwen over o.a. het per direct stoppen van de NDS Raad.  De afgelopen jaren is er veel geïnvesteerd in het op orde brengen van de datahuishouding binnen de overheid. Begrijpelijk: zonder betrouwbare data geen effectieve dienstverlening, geen robuust beleid en geen uitvoerbare besluiten. In veel organisaties is dat fundament nog volop in ontwikkeling. Of beter gezegd: staat nog in de kinderschoenen.

Tegelijkertijd verandert het speelveld razendsnel en ingrijpend. Terwijl intern nog wordt gewerkt aan datakwaliteit en governance, verschuift extern de manier waarop data wordt gebruikt en georganiseerd. Data ontwikkelt zich van een interne hulpbron naar een strategische factor in ecosystemen waarin publieke en private partijen, technologieplatforms en internationale infrastructuren samenkomen. Die beweging was al zichtbaar, maar recente ontwikkelingen maken haar explicieter. Zo is aangekondigd dat de Nederlandse Digitaliseringsstrategie Raad per direct stopt.

Dit lijkt op het eerste gezicht een bestuurlijke wijziging, maar raakt aan een fundamenteler vraagstuk: hoe wordt de samenhang in de digitale overheid georganiseerd, en waar worden strategische keuzes over digitale infrastructuur gemaakt?

De NDS-raad had als doel om verbinding te creëren tussen Rijk, medeoverheden, uitvoeringsorganisaties en marktpartijen, en om richting te geven aan digitalisering en digitale autonomie. Tegelijkertijd opereerde de raad in een context waarin die autonomie onder druk staat door de dominante positie van lobbyisten, internationale technologiebedrijven en bestaande marktstructuren.

Het beëindigen van de raad maakt zichtbaar dat de organisatie van regie op digitalisering geen gegeven is. Het roept de vraag op of en hoe collectieve sturing op thema’s als data, cloud en digitale infrastructuur wordt voortgezet.

De Nederlandse digitaliseringsstrategie heeft de afgelopen jaren ingezet op meer samenhang, standaardisatie en het beperken van afhankelijkheden van dominante technologiepartijen. Daarmee ontstond ook een beweging richting versterking van een nationale of Europese positie op het gebied van cloud en data-infrastructuur.

Met het wegvallen van de NDS-raad is onduidelijk in hoeverre deze lijn wordt voortgezet. Dat kan worden geïnterpreteerd als het verzwakken van een georganiseerde poging om meer digitale autonomie te realiseren. Tegelijkertijd kan het ook worden gezien als een indicatie dat deze ambitie strakker ingeregeld moet worden en nog onvoldoende was verankerd in structurele besluitvorming en uitvoeringskracht rondom publiek/private samenwerking.

Deze ontwikkeling krijgt extra gewicht door de opkomst van AI-agents. Waar data voorheen primair werd ingezet ter ondersteuning van menselijke besluitvorming, ontstaan nu systemen die zelfstandig opereren. Zij combineren data uit verschillende bronnen, nemen binnen vastgestelde kaders beslissingen en handelen direct binnen digitale processen. Deze processen zijn in de praktijk sterk afhankelijk van bestaande cloudinfrastructuren. Daarmee verschuift de uitvoering van publieke taken steeds vaker naar omgevingen die buiten de directe invloedssfeer van de overheid liggen.

Zoals TNO in recente analyses rond agentic AI aangeeft, wordt de impact van deze technologie in belangrijke mate bepaald door de partijen die haar ontwikkelen en beheren. In combinatie met bestaande afhankelijkheden in cloudinfrastructuur leidt dit tot een hernieuwde urgentie van het vraagstuk rond digitale autonomie.

Een vergelijkbare verschuiving is zichtbaar bij digitale identiteit en wallets, onder andere gestimuleerd vanuit de Europese Unie, maar ook door private partijen. Het uitgangspunt is dat burgers meer regie krijgen over hun eigen gegevens. Dat klinkt als een logische stap, maar het verandert tegelijkertijd de positie van de overheid. Functies die traditioneel bij de overheid lagen – identificatie, registratie, verificatie – worden opnieuw ingericht, vaak buiten de klassieke institutionele kaders.

Daarmee ontstaat een versnippering van publieke taken. Niet als expliciete hervorming, maar als gevolg van opeenvolgende keuzes die elk op zichzelf verdedigbaar zijn. Een standaard die wordt overgenomen, een platform dat efficiënt blijkt, een infrastructuur die al beschikbaar is. Het geheel van die keuzes leidt tot een situatie waarin de overheid nog wel verantwoordelijk is, maar minder vanzelfsprekend de uitvoerende of sturende partij.

Juist die ontwikkeling wordt nadrukkelijk geadresseerd door het Rathenau Instituut. In haar rapport ‘Naar een beter digitaal Nederland’ doet zij een oproep om innovatiesimplisme te voorkomen. Zorg dat technologische innovaties geen nieuwe problemen veroorzaken, maar maatschappelijke doelen dient. Hier wordt benadrukt dat digitalisering geen neutraal proces is, maar een politieke en maatschappelijke herverdeling van macht en verantwoordelijkheid. Technologie bepaalt niet alleen hoe processen verlopen, maar ook wie daarin een rol heeft en wie niet meer.

De beëindiging van de NDS-raad kan daarmee worden gezien als een moment waarop deze onderliggende dynamiek zichtbaarder wordt. Niet als oorzaak, maar als illustratie van de complexiteit van het organiseren van collectieve regie in een gefragmenteerd en technologisch gedreven landschap.

Voor de overheid betekent dit dat de opgave verschuift. Naast het op orde brengen van de interne datahuishouding is er behoefte aan een expliciete positionering binnen bredere ecosystemen. Dit vraagt om het maken van keuzes over afhankelijkheden, over de inrichting van infrastructuur en over de borging van publieke waarden.

Deze opgave is niet tijdelijk, maar structureel. Het vraagt om een overheid die in staat is zich aan te passen aan een omgeving waarin technologische en institutionele ontwikkelingen elkaar snel opvolgen.

Daarmee raakt dit direct aan de kern van Innoveren met Impact. Innovatie betreft in deze context niet alleen het toepassen van nieuwe technologie, maar juist het ontwikkelen van het vermogen om richting te geven aan de eigen rol binnen een veranderend speelveld.

Zonder die expliciete positionering ontstaat het risico dat de overheid primair reageert op ontwikkelingen die elders worden bepaald. In dat geval verschuift niet alleen de uitvoering van publieke taken, maar ook de invulling van publieke regie.

Reflectieve vragen

  1. Welke publieke taken binnen jouw domein verschuiven al, zonder dat daar expliciet voor is gekozen?
  2. Hoe beïnvloeden AI-agents de manier waarop beslissingen tot stand komen binnen jouw organisatie?
  3. Wat betekenen ontwikkelingen zoals digitale wallets voor de rol van de overheid in jouw werkveld?
  4. Waar verliest jouw organisatie feitelijk invloed, terwijl de verantwoordelijkheid blijft bestaan?
  5. In hoeverre is jouw organisatie in staat om zich actief te positioneren in deze nieuwe werkelijkheid?

Reageer op RIConline